De kerkenraad van de PGF heeft zijn visie op de zaak weergegeven in een nota, waarin duidelijk naar voren komt op welke wijze het beleid van de burgerlijke gemeente repercussies heeft op het kunnen functioneren van een kerkelijke instelling, die op zijn manier bijdraagt aan de cohesie binnen de samenleving in het algemeen. De inhoud van de nota is als volgt:

 

Rechtbankzitting 15-4-2009, 11.00 uur, W. Annema te Delft jegens gemeente Franekeradeel
inzake herzieningskosten grafrecht.

Geachte leden van de rechtbank,

In het kader van de beroepprocedure van de heer W. Annema te Delft inzake de herzieningskosten voor verlenging van het grafrecht op een graf op de Algemenebegraafplaats te Franeker, in beheer bij de gemeente Franekeradeel, ervaren wij - de Protestantse Gemeente Franeker i.w. te Franeker (hierna aan te duiden met PGF) - met vele andere burgers, dezelfde problemen en wij ondersteunen dan ook het beroep van de heer W.Annema en hopen dat de besluitvorming daarover aanleiding zal geven de regeling tewijzigen.

De PGF heeft geen eigen kerkelijke begraafplaats en heeft ook niet een deel van de hiervoor bedoelde Algemene begraafplaats tot zijn beschikking als bedoeld in de artikelen 38 en 39 van de Wet op de lijkbezorging. Wel heeft de PGF voor een aantal graven het grafrecht, te weten:
14 graven voor bepaalde tijd en
36 graven voor onbepaalde tijd.
Sedert tientallenjaren heeft de PGF deze rechten, ontstaan door het toekennen van legaten met de verplichting tot onderhoud voor een bepaalde tijd, voor onbepaalde tijd of eeuwig durend. De grafrechten staan op naam van de Hervormde Gemeente of Kerkvoogdij, de Gereformeerde Kerk of de diaconieen van deze beide kerken.
De legaten zijn in verhouding tot de huidige waarde vaak gering, bijv. f. 1.000, ( 453,78) voor een onderhoud voor 60 jaar. Ook zijn er legaten van minder dan f. 1.000, voor meerdere graven.
Dat bedrag is destijds afgestemd op de kosten toen. Zo bedroegen de herzieningskosten in 1975 f.3,- ( 1,36), in 1997 {.25,- ( 11,34) en nu dus 30,-. Een meer dan proportionele verhoging.
Daarnaast worden de graven I x per jaar vanwege de kerk gecontroleerd en zo nodig onderhoudswerkzaamheden verricht.

De nieuwe verhoging bestaat uit:
30, herzieningskosten
400, bijdrage onderhoudskosten algemene begraafplaats.

Dat laatste kan zeker niet.

-   het recht omvat niet meer dan het recht op het begraven en begraven houden in het eigen graf
-    art. 11 van de Begraafplaatsverordening spreekt enkel over actualisatie om de tien jaar van de administratie voor graven van onbepaalde tijd. De gegevens van rechthebbenden en de behoefte aan het voortduren van het grafrecht worden gecontroleerd. Het niet nakomen van de herziening leidt tot het vervallen van het grafrecht. Terecht wordt hier gesproken over actualisering van de administratie, immers het recht is eerder gegeven en wel voor onbepaalde tijd en herziening van dat recht voor onbepaalde tijd is dus helemaal niet aan de orde,
-   er is sprake van een overeenkomst inzake het grafrecht. De kosten daarvoor zijn eerder betaald en tientallenjaren (vanaf 1927) is alleen sprake van een herziening i.v.m. de administratie voor de burgerlijke gemeente. De kosten daarvoor kunnen in rekening

worden gebracht binnen het kader van art. 229 Gemeentewet. Niets over een bijdrage in de algemene onderhoudskosten,
-  de overeenkomst destijds aangegaan moet worden nagekomen en de gemeente kan nu
niet eenzijdig de overeenkornst wijzigen en algemene onderhoudskosten opvoeren en in rekening brengen,
-   er is geen sprake van zorgvuldig bestuur en het daarbij in acht nemen van de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur zoals ook aangegeven in de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van een mate van willekeur en het ontbreken van een belangenafweging. In strijd ook met de eigen wetgeving (art. 11 van de Begraafplaatsverordening) en met de Wet op de lijkbezorging die uitgifte voor bepaalde tijd kent en voor onbepaalde tijd, dat laatste behoeft op zich vanwege de onbepaaldheid immers niet herzien te worden,
-  ook de Wet op de lijkbezorging gaat uit van het respecteren van de grafrust en bevat een specifieke regeling voor het ruimen van graven waarbij recht wordt gedaan aan het recht van het hebben van een eigen graf.
De gevolgen van de eenzijdige wijziging van de gemeente heeft grote gevolgen:
-  voor de PGF betekent dit een uitgave van 50 x 430,- = 21.500,-
-   dat bedrag kan niet betaald worden uit de eerder ontvangen legaten,
-   het kan er toe leiden dat de PGF niet meer kan voldoen aan haar morele
verantwoordelijkheid en aangegane verplichtingen uit hoofde van eerdere legaten.

Wil of moet de gemeente ruimte maken op de Algemene Begraafplaats en afkomen van eerder aangegane verplichtingen en geschapen rechten, dan zal ze de weg van de Wet op de lijkbezorging moeten volgen met alle gevolgen daarvan, maar dat niet doen via een oneigenlijke verhoging van de herzieningskosten. Dat is toch detoumement de pouvoir en/of misbruik van recht.

Gevraagd wordt dan ook te bepalen dat het in rekening brengen van 400, voor het onderhoud van de Algemene begraafplaats onwettig is en onrechtmatig.

Franeker 14 04 2009

 

De in deze nota geschetste problematiek is vergelijkbaar met de problematiek die omstreeks 1925 speelde. In de periode tot 1927 hief de gemeente een jaarlijkse contributie van 15 cent. De hoogte van dit bedrag is vanaf de opening van de begraafplaats tot aan zeg 1920 gelijk gebleven. Hierna besloot de gemeenteraad dit bedrag te verhogen tot 50 cent. Toen begreep men echter wel dat men niet aan bestaande rechten kon tornen, zodat het hoge bedrag alleen van sedert die tijd nieuw uitgegeven graven werd gevorderd. Dat bedrag kon men bij de uitgifte vast leggen in de akte van uitgifte van een graf. Omstreeks 1925 nam de raad een nieuw besluit aan, waarbij de regeling geheel veranderde. Naar voorbeeld van Dokkum ging men ertoe over de grafrechten om de tien jaar te herzien. In de toelichting op het besluit werd expliciet gezegd dat de bedoeling daarvan was het snel (op termijn) terug krijgen van de rechten. De jaarlijkse contributie werd afgeschaft en vervangen door een leges voor het opnieuw ingeschreven worden in het grafregister. De inning daarvan geschiede om de tien jaar. Voor de gemeenteontvanger betekende dat een verlichting van zijn taak. Hij behoefde nu niet meer elk jaar een nota uit te schrijven van 15 cent (en die te innen uit alle hoeken van het land), maar om de tien jaar van 3 gulden. Dat was het maximum bedrag dat de toenmalige begrafeniswet toestond voor het heffen van een bijdrage van de burgers. Men moet wel bedenken dat de grafrechten toen nog altijd voor onbepaalde termijn werden uitgegeven. De bijdrage werd dus ook nog maar eens met 100% verhoogd.
Dat is dus de regeling die tot 2007 heeft gegolden, en daarna in verzwakte vorm is omgezet tot een actualisatie van het register der voor onbepaalde termijn uitgegeven graven.
Bij de invoering ervan zat de burgerlijke gemeente echter met een probleem. Tot 1920 hebben rechthebbenden een hoofdbedrag door middel van een spaarbankboekje belegd bij de Nutsspaarbank van Franeker. Uit de rente daarvan (toen gemiddeld 3% gerekend) kon de gemeente dan de jaarlijkse contributie innen voor geoormerkte graven. Tegenover die contributie bestonden uiteraard diensten en die liggen vast in de verordeningen op de begraafplaats uit die tijd. Dat was vaste prik: paden harken, heggen knippen, bomen snoeien  hekken openen en sluiten, etc., maar ook het wekelijks schoon vegen van de afzonderlijke graven en als zij verzakten, moest de grafdelver de graven direct weer aanvullen en de grafmonumenten recht leggen.  Een snelle rekenaar begrijpt dan al gauw dat de hoofdsom per grafrecht vijf gulden bedroeg.  De desbetreffende boekjes stonden op naam van de erfgenamen van de overledene, dan wel van diens directe rechtsopvolger. De gemeente kon dus alleen aan de rentes komen, niet aan de hoofdsommen. De desbetreffende spaarbankboekjes zijn nog bewaard gebleven en berusten in het gemeentearchief van de voormalige gemeente Franeker. In de boekjes ziet men dan ook dat ieder jaar de rente werd bijgeschreven en er weer direct van afgehaald ten behoeve van de gemeentelijke dienst. Daarvoor behoefde de gemeenteontvanger dus geen nota uit te schrijven, maar hij moest uiteraard wel elk jaar met die stapel boekjes naar de Nutsspaarbank om aan zijn geld te komen.
De gemeente Franeker heeft bij de invoering van het nieuwe systeem het oude rigoureus afgeschaft en bijgevolg hadden die boekjes geen betekenis meer. In ieder geval was de opbrengst ervan niet meer toereikend voor het nieuwe bedrag dat geheven werd. Toch ging de gemeente door met het laten bijschrijven en afhalen van de rente. Op zich zelf was daar niets mis mee, maar de gemeente liet de bijbehorende verplichtingen na. Wel verrichte de gemeente onder het nieuwe systeem nog het algemeen onderhoud, maar niet meer het bijzondere. Verzakkende graven werden niet meer aangevuld. En de rechthebbenden, voor zover bekend, werden voortaan ook aangeschreven om de 10-jaarlijkse bijdrage te leveren. Zo plukte de gemeente Franeker dubbel van de desbetreffende graven. Want velen van hen zullen van het bestaan van die boekjes niet meer geweten hebben. In veel gevallen zullen ook de rechthebbenden niet meer bekend zijn geweest en dus achtte de gemeente op den duur dat die rechten aan haar vervallen waren, waarmee het onderhoud ophield, hoewel de burgerlijke gemeente daar nog steeds verantwoordelijk voor was. Uiteindelijk vond de ontvanger het wel een heel gedoe met die spaarbankboekjes. Het was veel handiger al die bedragen op 1 rekening bij die spaarbank te zetten; de renteberekening was dan veel eenvoudiger. Of dit gebeurd is blijkt uit het nu ingestelde onderzoek niet, maar wel ligt er een notitie van de toenmalige secretaris waaruit blijkt dat uit het nieuwe spaarbankboekje moest blijken wat de herkomst ervan was. Vervolgens zijn de spaarbankboekjes leeg gehaald en op die nieuwe rekening gezet. De boekjes zijn leeg. Bij navraag bij de gemeente bleek men dat nieuwe boekje niet meer te kunnen vinden en van het bestaan van de andere boekjes was men in het geheel niet op de hoogte, laat staan van de verplichtingen die nog steeds op de gemeente Franekeradeel rusten.
Het ludieke antwoord was eenvoudig: "we weten het niet, maar het bedrag zal wel in de algemene kas van de gemeente terecht gekomen zijn en die verplichtingen blijken ook nergens uit; er zijn in ieder geval geen schriftelijke contracten". Maar ja als men de spaarbankboekjes als legitiem bewijs ervan verdonkeremaant, weet je ook niets meer. En verder was de redenering van de gemeente: "zo er al verplichtingen hebben bestaan, zijn die nu zeker verjaard". En zo doe je dat dan, geen haan die er naar kraait.
Toch hebben de boekjes nog zeggingskracht, ook al heeft de gemeente ze beroofd van de inhoud. Dat had de gemeente natuurlijk nooit mogen doen. Dat geld was niet van de gemeente en dus kon ze er ook niet aankomen. En of ze dat clandestien wel heeft gedaan, maakt niet uit, de boekjes zijn de schriftelijke bewijzen van het feit dat de rechthebbenden een contract met de gemeente hebben gesloten voor het jaarlijks onderhoud van hun voor onbepaalde tijd uitgegeven graven. En hun erfgenamen kunnen nog steeds rechten ontlenen aan die boekjes, want dat geld is nog steeds van hen, ook al zit het in de algemene buidel van de gemeente. Aan de begraafplaats zelf kon men het mankement niet zien, want de gemeente liet in het algemeen alle grafmonumenten staan, ook die waarvoor het onderhoud in een spaarbankboekje was belegd. Pas bij de huidige opruimwoede bleek dat de gemeente zich niets gelegen liet liggen aan de in het verleden aangegane verplichtingen. Zij achtte zich kennelijk daarvan ontslagen bij de invoering van het nieuwe systeem in 1927. Dat blijkt nu met terugwerkende kracht onwettig te zijn geweest voor wat betreft het uitgangspunt dat wie niet reageert zijn rechten verliest.
De moraal van de burgerlijke gemeente was in dit opzicht ver te zoeken.
Toch ligt hier de diepere vraag in hoeverre beheerswijzigingen oude rechten onverlet moeten laten. Een vraag die de kerkelijke gemeente nu ook aansnijdt.
Het is waarschijnlijk dat de gemeente deze graven niet aan kan tasten, ook niet het verwijderen van het erop staande grafteken. De rechtsopvolgers van dergelijke graven kunnen op basis van de genoemde verplichting claimen dat de gemeente de rechten eerbiedigt en dat zij zeker niet aangeslagen kunnen worden voor de 400 euro algemeen onderhoud, want dat behoort tot de verplichting van de gemeente.
Vak A

004 Petrus Timmer
009 E Zijlstra
011 erven Isaac Telting
012 erven Isaac Telting
017 erven Isaac Telting
018 erven Isaac Telting
024
030 familie Kanninga
035
040 IJ van der Meulen J.zn
041
058 erven Isaac Telting
059 erven Isaac Telting
072
073
074 erven Cornelis Bakker
075 erven Cornelis Bakker
082 erven Dirk Fontein
083 erven Dirk Fontein
084 erven Dirk Fontein
085 erven Dirk Fontein
097 erven Meinte Meinsma
117 mej. S F Vening
118 mej. S F Vening
119 mej. S F Vening
125 Steven van Delden
135
144 erven C. Wijbinga
145 erven C. Wijbinga
146 erven C. Wijbinga
147 erven C. Wijbinga
148 erven C. Wijbinga
152 IJ van der Meulen J.zn
153 IJ van der Meulen J.zn
154 mr. W H Huler
158 erven Isaac Telting
159 erven Isaac Telting
169 erven C. Zijlstra
178 Schotanus Steringa Lemke
179 Schotanus Steringa Lemke
180 Schotanus Steringa Lemke
181 Schotanus Steringa Lemke
182 P. Buwalda S. zn
185 familie Meppen
194 erven C. Zijlstra
195 erven C. Zijlstra
196 erven C. Zijlstra
205 erven Dirk Fontein
206 erven Dirk Fontein
207 erven Dirk Fontein
208 erven Dirk Fontein
213 Klaas IJpma
214 Klaas IJpma
217 IJ van der Meulen J.zn
218 IJ van der Meulen J.zn
233 Grietje Eppinga
242 Tjipke Bollema
273 Willem Heyt
274 Willem Heyt
275 Willem Heyt
276 Willem Heyt
277 Simon Heyt
278 Simon Heyt
 

279 Doekele Monsma
291 Klaas IJpma
317
328 Tjitske Wybes Pasma
329 Tjitske Wybes Pasma
332 A U Knottnerus
339 Trijntje van Bruggen
345 Jan Jager
354 E L Deketh
373 A A H Hamer
385
406 Rigolt Lonneman
410
412
426 Brandt Visser
444
Spaarkas de Nederlanden
286 Elbertus Snijdelaar
398
400
435 Elbertus Snijdelaar
 

 


Spaarbank

VAK B
004 erven M. de Jong
005 erven M. de Jong
016
025 wed Johan M S Rassen
039 erven K. Andriesen
046 K J Bijlsma
081
089 erven K. Andriesen
138 Doekele Monsma
162
195 Tj. Hellema
211 Jacobus Voerman
213 erven T W Feikema
214 erven T W Feikema
218 S Tol
219 S Tol
240 erven Gelke Boskase
270 Berend Reinouts
301 J Y H Hobma
329
341 Maria Westerbaan
367 Harm de Jonge
370 erven G. Th. Dopheide
386
389 G. Taconis
425
436

 

 

VAK C
036 erven Abe P Anema
212 erven Sikke Beintema
213 Hessel IJsbrandt de Vries
219 D A van der Weide
258 erven wed. Bruning
297 Dames Ruben
303 W M Lanzink wed Jan Eggink
307 H. Vrendenberg
340 erven Sikke Molenaar
347 Dames Ruben
361 erven P. Oostingh
357 H. Vrendenberg
358 J. K. van Loo
383 Jacob Mons
390 erven wed. J. Panbakker
408 Antje de Boer wed J. Pon
419 Pieter L de Jong
441 Ewardus heringa


VAK E
001 Gerrit Mijnheer
021 Sape Zijlstra
033 mej. C W Jansen